Het recycleren van batterijen is een relatief nieuwe industrie, die sinds het ontstaan sterk is gegroeid in complexiteit en omvang. De eerste wetgeving die het recycleren van batterijen in Europa regelde, werd in 1991 geïntroduceerd (European Council Directive on Batteries and Accumulators 91/157/EEC). Deze richtlijn benoemde drie gevaarlijke metalen – cadmium, kwik en lood – die bij het weggooien op de juiste manier behandeld moesten worden. De hoge toxiciteit van kwik was een belangrijke reden om regelgeving voor batterijen in te voeren.
Vergelijkbare richtlijnen werden over de hele wereld geïntroduceerd, wat snel leidde tot het afnemen van kwikbatterijen, die tegenwoordig niet meer geproduceerd worden, hoewel sommige nog wel in omloop zijn.
Dit was een eerste stap, maar de wetgeving betrof alleen specifiek schadelijke batterijen, terwijl veel andere types werden genegeerd. Het doel was vooral het beperken van schadelijke stoffen. De opkomst van mobiele telefoons, computers en andere draagbare apparaten vormde de volgende katalysator voor verandering. De groeiende vraag naar oplaadbare batterijen leidde tot innovaties in de batterij-industrie en een nieuwe behoefte aan recyclage op veel grotere schaal.
Sindsdien zijn nieuwe richtlijnen ingevoerd (zoals de EU 2006 Battery Directive, het Japan Portable Rechargeable Battery Recycling Center (JBRC) en Call2Recycle) en het gebruik van schaarse grondstoffen zoals lithium en andere technologiemetalen in batterijen heeft de recyclage-industrie verder gestimuleerd.