Ga naar hoofdinhoud

De geschiedenis van batterijen

De geschiedenis van de batterij zit vol raadsels en wetenschappelijke doorbraken. Hoewel de allereerste batterij nog steeds onderwerp van discussie is (denk bijvoorbeeld aan de 2.200 jaar oude batterij van Bagdad), werd de eerste goed gedocumenteerde elektrochemische batterij in 1800 uitgevonden door Alessandro Volta. Deze batterij staat bekend als de zuil van Volta. 36 jaar later creëerde John Frederic Daniell de eerste commercieel bruikbare batterij, wat het begin van de batterijrevolutie inluidde. 

Laten we de belangrijkste mijlpalen bekijken die de batterijtechnologie gevormd hebben tot wat we vandaag kennen. 

-250
the Baghdad battery.jpg

± 250 v.Chr. - Het elektrische artefact

De batterij van Bagdad is mogelijk de allereerste elektrische cel ter wereld. Ze werd in 1938 ontdekt in het moderne Irak en bestaat uit een terracotta pot van 13 cm hoog, met daarin een ijzeren staaf in een koperen cilinder. Archeologen zijn het oneens over zowel de datering als de beoogde functie van het object. Sommigen geloven dat het werd gebruikt voor electroplating; een proces waarbij met behulp van elektriciteit een dunne laag metaal op een voorwerp wordt aangebracht. Anderen suggereren dat het een religieus artefact was om heilige teksten te bewaren of mogelijk zelfs om gelovigen een elektrisch schokje te geven!

1749

1749 - Benjamin Franklin aan het woord

Voordat Benjamin Franklin hielp bij het opstellen van de Onafhankelijkheidsverklaring, experimenteerde hij met elektriciteit. In 1749 gebruikte hij de analogie van een 'batterij' kanonnen om de reeks cellen te beschrijven die hij combineerde om een primitieve elektrische batterij te maken (net zoals een serie kanonnen tijdens de oorlog gebruikt zou worden). Toch past deze naam tegenwoordig niet meer helemaal, omdat veel moderne consumentenbatterijen slechts één cel bevatten in plaats van een hele 'batterij' (cilindrische en knoopcelbatterijen bijvoorbeeld).

1799
the voltaic pile.jpeg

1799 - De zuil van Volta

De echte grootvader van de moderne batterij is Alessandro Volta, een Italiaanse wetenschapper die de zuil van Volta bedacht. Deze bestond uit een glazen buis gevuld met schijfjes koper (kathode) en zink (anode) die op elkaar waren gestapeld, gescheiden door met pekel doordrenkte stukken papier (elektrolyt). 

Het produceerde een stabiele maar zwakke elektrische stroom, en weerlegde zo het idee dat elektriciteit alleen door levende organismen kon worden gecreëerd. Dit inspireerde generaties wetenschappers om zijn werk te herzien en te verbeteren, wat uiteindelijk leidde tot de moderne batterij.

1836

1836 - De Daniell-cel

Bijna 40 jaar na de uitvinding van de zuil van Volta, ontwikkelde de Britse scheikundige John Frederic Daniell de Daniell-cel, die een aantal technische problemen van de voltaïsche zuil oploste (zoals de ophoping van waterstofbelletjes onder de zinkplaten). Deze cel bestond uit een koperen pot gevuld met een oplossing van kopersulfaat, ondergedompeld in een andere pot vol zwavelzuur en een zinkelektrode. Ze produceerde 1,1 volt en werd al snel de industriestandaard. Meer dan 100 jaar lang werd deze batterij gebruikt om onder andere telegrafen, telefoons en deurbellen van stroom te voorzien.

1859

1859 - Een oplaadbare toekomst

De volgende grote stap in de batterijtechnologie was de eerste oplaadbare cel, die vandaag nog steeds gebruikt wordt: de loodzuurbatterij. Deze werd in 1859 uitgevonden door de Franse natuurkundige Gaston Planté en effende de weg voor innovaties in het openbaar vervoer en de automobielindustrie. Het oorspronkelijke ontwerp werd verbeterd door Camille Alphonse Faure, zodat het beter geschikt was voor massaproductie in de late jaren 1800.

1866

1866 - Zink-koolstofchemie

In 1866 patenteerde de Franse ingenieur Georges Leclanché de Leclanché-cel, de eerste zink-koolstofbatterij ter wereld. Later voegde hij zetmeel toe om de vloeibare elektrolyt te geleren, waardoor het minder gevaarlijk en draagbaarder werd. De droge Leclanché-cel werd gebruikt om vroege telefoons van stroom te voorzien, in de tijd voordat deze hun elektriciteit rechtstreeks van de telefoonlijnen kregen.

1886

1886 – Revolutie van de droge cel

Tot op dit punt waren alle functionele batterijen natte-celbatterijen (de elektrolyt was volledig vloeibaar), wat betekende dat de batterijen plat en stabiel moesten worden gehouden voor een betrouwbare en veilige werking. Dit veranderde volledig toen Carl Gassner de Leclanché-cel verbeterde tot de eerste commercieel succesvolle droogcelbatterij. Dat deed hij door de batterij af te sluiten en de elektrolyt te veranderen van vloeistof naar pasta. Enkele jaren later, in 1887, verbeterde Yai Sakizo uit Japan de zink-koolstofbatterij nog verder.

1899

1899 – Nikkel-cadmium

Dankzij de Zweedse uitvinder en ingenieur Waldemar Jungner hebben we tegenwoordig nikkel-cadmiumbatterijen (NiCd). Hij vond ze uit in 1899, samen met nikkel-ijzeraccu's (NiFe) en oplaadbare alkalische zilver-cadmiumbatterijen (AgCd). De NiCd-cel was een fysiek en chemisch robuuster alternatief voor loodzuuraccu's en speelde een belangrijke rol bij het vroege gebruik van batterijen.

1957

1957 - Alkalinebatterijen

De moderne alkalinebatterij werd uitgevonden door Lewis Urry, een werknemer van Eveready: het eerste bedrijf dat in de late 19de eeuw zink-koolstofbatterijen op grote schaal produceerde. Met de taak om hun bestaande ontwerp van zink-koolstofbatterijen te verbeteren, verving Urry de zure elektrolyt door een alkalische oplossing van kaliumhydroxide, en verving hij de vaste zinkanode door zinkpoeder. Zo creëerde hij een duurzamere en beter presterende batterij die vandaag de dag nog steeds heel erg populair is. Urry krijgt ook de eer voor de uitvinding van de lithiumbatterij.

1989

1989 - Nickel-metaalhydride

Nikkel-metaalhydridecellen, afgekort als NiMH, werden over een periode van 20 jaar ontwikkeld en vormen een voortzetting van de NiCd-cellen, maar dan zonder het giftige cadmium. Dit verbeterde de milieu-effecten van de batterij en hielp om de energiedichtheid te verhogen. Het onderzoek werd uitgevoerd in Genève, gesponsord door Mercedes en Volkswagen, en leidde in 1989 tot de eerste commercieel beschikbare NiMH-batterijen. Sindsdien worden ze voor allerlei toepassingen gebruikt, waaronder het aandrijven van hybride voertuigen.

1991

1991 - Lithium-ion

Herlaadbare lithiumbatterijen werden in de jaren 1970 en 1980 ontwikkeld door verschillende wetenschappers en onderzoekers over de hele wereld. Vroege voorstellen wezen op een aantal obstakels die overwonnen moesten worden om een veilig, economisch haalbaar product te creëren. De lithium-ionbatterij maakte haar commerciële debuut in 1991, uitgebracht door Sony en Asahi Kasei. Sindsdien zijn er heel wat iteraties van de cel verschenen. In 2019 ontvingen John B. Goodenough, M. Stanley Whittingham en Akira Yoshino de Nobelprijs voor Scheikunde voor hun rol in de ontwikkeling van de lithium-ionbatterijtechnologie.

2010

2010 - De Qi-standaard voor draadloos opladen

Draadloos opladen wordt steeds populairder om draagbare apparaten van stroom te voorzien, dankzij de Qi-standaard: een open interfacestandaard die inductief opladen over afstanden van enkele centimeters mogelijk maakt. 

Deze technologie werd voor het eerst bedacht in 1894 als methode om elektrische voertuigen van stroom te voorzien. Door het succes van verbrandingsmotoren werd het idee echter verworpen, totdat academici in de jaren 1970 inductief opladen voor auto’s, koplampen en andere toepassingen begonnen te onderzoeken. Tegenwoordig wordt inductief opladen gebruikt voor zowel laagvermogenstoepassingen, zoals smartphones, als voor hoogvermogenstoepassingen, zoals elektrische voertuigen.

2099

20XX - De toekomst van batterijtechnologie

Universiteiten en onderzoeksinstituten over de hele wereld zijn druk bezig met het verkennen en ontwikkelen van verbazingwekkende nieuwe batterijtechnologieën. Deze zullen de manier waarop we elektriciteit gebruiken herdefiniëren en ons mogelijk helpen in de strijd om het milieu te beschermen.

De batterijparken van Tesla kunnen genoeg hernieuwbare energie opslaan om een hele stad van stroom te voorzien. IBM werkt aan een zeewaterbatterij die op verschillende vlakken al beter presteert dan lithium-ion. De Bill Gates Foundation financiert de ontwikkeling van urinebatterijen, en andere organisaties werken aan een methode om apparaten op te laden via wifi. Dit zijn nog maar enkele van de mogelijke volgende stappen in de batterijtechnologie.