Er bestaan enkele methoden om batterijen van elektrische voertuigen te recycleren, die zijn afgeleid van andere processen die worden gebruikt voor de verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Pyrometallurgische processen zijn aantrekkelijk vanwege hun flexibiliteit: ze kunnen een breed scala aan batterijchemieën, groottes en kwaliteiten verwerken, met weinig voorsortering of voorbewerking. Door te werken op hoge temperaturen worden elektrolyten, bindmiddelen en organische stoffen veilig vernietigd, wat de verdere verwerking vereenvoudigt. Ook worden waardevolle metalen zoals kobalt, nikkel en koper efficiënt teruggewonnen. Pyrometallurgie is echter niet geoptimaliseerd voor de volledige materialenrecuperatie — lithium, aluminium en mangaan belanden doorgaans in de slak, waaruit ze niet op een economisch rendabele manier kunnen worden teruggewonnen.
Hier speelt hydrometallurgie een aanvullende rol. Via chemische uitloging en scheidingstechnieken worden metalen — waaronder lithium — selectief geëxtraheerd en gezuiverd uit de black mass, met terugwinningspercentages tot 95 %, in lijn met de Europese doelstellingen. Bovendien kunnen hiermee batterijkwaliteitsmaterialen worden geproduceerd die rechtstreeks in de fabricage van nieuwe batterijen kunnen worden hergebruikt.
In de praktijk combineren moderne recyclagefaciliteiten beide methoden steeds vaker: pyrometallurgie voor de robuustheid en flexibiliteit bij de inname, hydrometallurgie voor de precisie en maximale materialenrecuperatie.